Elektroweg Business Center Rotterdam

De Omgeving

Het Kleiwegkwartier is ontstaan aan het begin van de vorige eeuw als stadsuitbreiding. De wijk ontleent zijn naam aan de Kleiweg, die een groot deel van de wijk doorkruist. De Kleiweg bestond al als onderdeel van een oude zeedijk in de tijd van de Romeinen. Ook heeft de Kleiweg deel uitgemaakt van de zeewering, 12e eeuw, die door Egmonder monniken werd aangelegd. De naam "Cleyweg" wordt voor het eerstgenoemd in 1419. In de 17e en 18e eeuw ontstond door veenafgravingen ten noorden van Rotterdam een uitgestrekt plassengebied. Het huidige Kleiwegkwartier bleef bij die afgravingen gelukkig gespaard.

De enige verbinding met het centrum van Rotterdam was, tot halverwege de jaren vijftig, de Straatweg via het zogenaamde 'Muizengaatje'. Dit is de tunnel onder de A20 en de spoorlijn bij station Rotterdam Noord. Als tweede aansluiting met de stad werd in de jaren '50 van de vorige eeuw het Rozenlaanviaduct gebouwd.

De enorme groei van Rotterdam vanaf 1850 (van 50.000 naar 500.000 inwoners in net 50 jaar!) ging niet onopgemerkt aan Hillegersberg voorbij. De grens tussen Hillegersberg en de stad lag oorspronkelijk aan het eind van de Bergweg, bij de toenmalige Schie; flinke delen van het Oude Noorden behoorden dus bij Hillegersberg. De gemeente Hillegersberg groeide enorm in de laatste 50 jaar van zijn bestaan. Vooral Hillegersberg had in dit opzicht een bijzondere aantrekkingskracht door de aanwezigheid van de Voor- en Achterplas met trekkers als het Plaswijckpark en Lommerrijk. Maar ook de Wilgenplas in Schiebroek was voor de oorlog een zeer populair openluchtzwembad waar honderdduizenden bezoekers op af kwamen; er waren maar liefst 1800 kleedcabines!

Hillegersberg had 2.000 inwoners in 1885 en 7.000 in 1904. Door de grenscorrectie van het gebied tussen de Ceintuurbaan en de Heulbrug op verzoek van Rotterdam liep het inwonertal weer terug tot 5.000 in 1920 maar daarna ging het hard: 15.000 in 1931, 21.000 in 1936 en 26.000 in 1941, een soort VINEX-gemeente zoals nu Barendrecht of Bergschenhoek.

Hillegersberg begon de omvang van een kleine stad te krijgen, toen het per 1 augustus 1941 aan de stad Rotterdam werd toegevoegd. In hetzelfde jaar werd ook Schiebroek bij Rotterdam gevoegd. Door de eeuwen heen was Schiebroek een buurtschap met een gespreide bebouwing gebleven. In 1926 telde het dorp slechts 1.600 inwoners, hoofdzakelijk agrariƫrs verspreid langs de oude lintbebouwing van de Limieten (daar staan nog enkele 19e-eeuwse boerderijen), de Adrianalaan, de Ringdijk en de Erasmussingel. Daarna kwam ook hier de komst van forensen op gang en werden door het gemeentebestuur woonwijken opgezet. Erg veel verzet riep de annexatie niet meer op; dat was in de oorlog niet echt mogelijk, al deden de gemeenteraden daartoe wel enige pogingen. Er waren al lange discussies aan voorafgegaan, al in 1927 had Rotterdam de annexatie van vrijwel het gehele Rijnmond-gebied voorgesteld om zo de Rotterdamse Landhonger te stillen. Bovendien waren vele voormalige dorpen ons al voorgegaan, Kralingen, Delfshaven, Charlois, Katendrecht, Pernis, nu dus gevolgd door Schiebroek, Hillegersberg, Overschie, IJsselmonde en stukken van Barendrecht, Capelle en Krimpen aan de IJssel en Kethel.

Deelgemeenten

In 1972 nam de gemeenteraad de verordening op de deelgemeenten aan. Dit hield in dat de stad in 17 gebieden werd verdeeld. Ieder gebied moest een deelgemeente worden en kreeg bevoegdheden op een flink aantal terreinen zoals: het houden van markten, de aanleg van woonerven, plaatsing van parkeermeters en verkeerslichten, het verlenen van bouw- en hinderwetvergunningen en met name ook met betrekking tot welzijnsvoorzieningen. Gevraagd en ongevraagd mocht de deelgemeente ook het stadsbestuur van advies dienen. Dit beleid paste natuurlijk ook in de tijd; overal was er sprake van democratisering, spreiding van macht en verzet tegen de oude regentencultuur en grootschaligheid en anonimiteit van de stad Rotterdam. Hillegersberg-Schiebroek moest nog wachten tot 1983 voor de wijkraad omgezet werd in een deelgemeenteraad met 19 zetels. In1990 werden de bevoegdheden van de deelgemeenten verder uitgebreid.

(bron: bokrotterdam)